“Werken is meedoen”

Op mijn 14e zei iemand tegen me: ‘de vraag is of je mee kunt doen’. Ik had een ongeluk gehad en kon daardoor een tijdje niet naar school. Na verloop van tijd lukte dit wel op maandag, woensdag en vrijdag, maar de rest van de dagen wilde mijn lijf maar een ding; dat was slapen. Aan de buitenkant was weinig te zien, maar mijn ouders hadden een ander kind in huis. Naast alle reguliere en alternatieve routes om er fysiek weer bovenop te komen, liep ik ook bij een verzekeringsarts. Die stelde vast dat gezien de klachten het maar “de vraag was of ik kon meedoen in de maatschappij.” Daar werd een zaadje geplant. 

Want werken is voor mij meedoen. Werken is voor mij een bijdrage leveren, een kans je te ontwikkelen, onderdeel te zijn van iets groters. Daarom is de Dag van de Arbeid voor mij een dag om bij stil te staan. De oorsprong van deze dag ligt niet bij een ministerie of een commerciële partij, maar bij de arbeidersbeweging. En dat maakt het voor mij nog eens extra relevant; de strijd voor betere arbeidsomstandigheden. Het werk dat de arbeidersbeweging vertegenwoordigt, is in mijn beleving het werk waar daadwerkelijk de waardecreatie plaatsvindt; op ‘de vloer’ of waar je ‘met je poten in de modder staat’, kortom het primaire proces. Alles wat daaromheen gebeurt moet in mijn beleving ondersteunend zijn.

Een aantal inspiratiebronnen die mijn kijk op werk voor altijd hebben beïnvloed, en die ik meeneem in mijn denken en doen, deel ik graag op deze dag:

  • Simon Sinek schetst in zijn boek ‘Leaders Eat Last’ het belang van de veilige werkomgeving (circle of safety), waarin mensen zich uitspreken, fouten durven maken, elkaar vertrouwen. Hij beschrijft fantastische voorbeelden van leiders die zich elke dag inspannen om dat te realiseren. 
  • Daniel Pink legt met zijn theorie over motivatie bloot waar het werkelijk om gaat: Autonomie, zingevingen meesterschap (ontwikkeling, iets verbeteren dat ertoe doet). Keer op keer helpt zijn theorie mij om te kijken én onder woorden te brengen wat er gebeurt in het werk en waar we een stap verder in kunnen zetten. Daarnaast biedt het altijd weer gelegenheid tot reflectie op mijn eigen werk.
  • Ik zie ook veel organisaties die het echt anders aanpakken, met “de bedoeling” op de voorgrond en vormen van zelforganisatie in de uitvoering. Het boek ‘Reinventing organisations’ van Frederic Laloux heeft mij geïnspireerd, omdat het voorbeelden uit veel verschillende industrieën uitvoerig beschrijft. Zoals Buurtzorg, dat we zo goed kennen in de zorg als een voorbeeld van hoe het ook kan, maar ook de industrie voor tomatenverwerking en de auto-onderdelenindustrie en het buitensportmerk Patagonia. De rode draad bij deze verschillende organisaties is meer autonomie, meer heelheid (mensen nemen zichzelf volledig mee naar hun werk, dus niet alleen de ratio en prestaties, ook emoties, intuïtie, kwetsbaarheid, creativiteit en persoonlijke waarden. Dat betekent minder hiërarchie en meer vertrouwen.
  • En Ricardo Semler, hij werkte vanuit flexibiliteit, vertrouwen en radicale transparantie. Medewerkers hadden invloed op hun eigen beloning, budgetten en investeringen, wat leidde tot verantwoord gedrag. De basisaanname waar vanuit hij startte was verrassend eenvoudig en effectief: mensen zijn volwassen en willen goed werk doen. 


Alle voorbeelden uit mijn inspiratiebronnen doen een completer beroep op werknemers, vragen verantwoordelijkheid en een groot zelfoplossend vermogen. Dat doet in mijn beleving meer recht aan wie we zijn en wat we in huis hebben. Ik geloof dat wanneer we dit creëren in de organisatiecultuur, we niet alleen effecten zien in teams en organisaties, maar dat dit ook doorwerkt in onze maatschappij. Vanuit de gedachte dat wanneer we ons ontwikkelen en in toenemende mate verantwoordelijkheid nemen in het werk, de kans bestaat dat we dit ook in onze gemeenschappen doen. En daarmee komen we als collectief verder.

Ik gun mensen dat ze mee mogen doen in een betekenisvolle, veilige werkomgeving. Mijn drijfveer om organisaties, teams en mensen te begeleiden in waar het schuurt en wat zij tegen komen, heeft door mijn ervaring als veertienjarige meer vorm gekregen. In de rol van begeleider, adviseur, teamcoach of vertrouwenspersoon bied ik een bedding voor het gesprek over vertrouwen en verantwoordelijkheid. Dat gaat soms over waar het niet goed voelt, waar we elkaar in de weg zitten en ook juist over waar teams of collega’s een ongelofelijke goede prestatie met elkaar neerzetten. Altijd met de bedoeling van de organisatie of het team in beeld en met waardering voor wat al goed gaat. 

Terug naar het verhaal waar ik mee begon. De tijd en mijn lijf deden hun werk, ik herstelde, werd weer de oude en kon meedoen. Maar wel met een besef dat ik mocht meedoen. Het was niet meer vanzelfsprekendheid, ik ervoer een verantwoordelijkheid om impact te maken: ik kreeg immers de kans!