Sinds 2017 zijn er acht integrale geboortezorg organisaties (igo’s) opgericht. In een igo werken disciplines zoals verloskundigen, echoscopisten, gynaecologen en kraamzorg samen en worden alle prenatale, natale en postnatale verrichtingen van de verschillende disciplines gebundeld tot één traject. Door dit gehele traject te declareren, ontstaat de mogelijkheid om te schuiven met inkomsten tussen de diverse disciplines. Sinds januari 2023 is deze integrale financiering onderdeel geworden van de reguliere bekostiging.
Het succes van de igo’s zit vooral in de samenwerking tussen de diverse zorgverleners, aldus Michel. “De samenwerking is intensiever en beter geworden waardoor het ziekenhuis alleen in beeld komt als het écht nodig is. Het is fantastisch als een cliënt niet naar het ziekenhuis hoeft en dat er één aanspreekpunt is voor de cliënt. Dat sluit aan bij de landelijke afspraken die zijn gemaakt.”
De capaciteit in de geboortezorg is een grote uitdaging, zien beiden. “Als je verloskundige wordt, dan doe je dat vanuit een intrinsieke motivatie. Het is een prachtig beroep waarin professionaliteit de boventoon voert en waarin waarden uit het verleden nog belangrijk zijn. Maar de dynamiek verandert als gevolg van hoge uitstroom en jongere zorgverleners die andere ambities hebben met betrekking tot werk en privé balans.” Met het toenemende geboortecijfer in de regio loopt de werkdruk verder op en in combinatie met de krappe arbeidsmarkt vraagt dit om een andere kijk op de huidige situatie.
Combineren van taken als oplossing
Een mogelijke oplossing voor dit capaciteitsvraagstuk, ligt volgens Michel bij het combineren van taken. “Nu heeft iedere praktijk zijn eigen bereikbare dienst, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Dat betekent dat er heel veel mensen bereikbaar moeten zijn voor een beperkt aantal vragen of bevallingen. Ook het aantal ‘vol’ meldingen in het ziekenhuis doet de vraag rijzen of de zorg niet anders georganiseerd kan worden.” Thuis/poliklinisch als het kan en in het ziekenhuis als het moet.
Binnen Geboortehart zien we een stijging van het aantal bevallingen dat door de eerstelijns verloskundige is afgemaakt, zowel in het ziekenhuis als in thuis. Dit komt mede door zorgverschuivingen van het ziekenhuis naar de eerstelijns verloskundigen. “Het gebeurt steeds vaker dat er in het ziekenhuis geen capaciteit is om piekdrukte van bevallingen ook begeleid door de verloskundige op te vangen, en dus vol is. De eerstelijns verloskundigen moeten hierdoor uitwijken naar een ziekenhuis buiten de regio, wat ook direct effect heeft op de capaciteit van de eerstelijns verloskundigen.
Een volmelding van het ziekenhuis is daarmee niet alleen ziekenhuisprobleem, maar een integraal probleem, geeft Judith aan. Binnen een igo wordt er dan ook op deze manier naar gekeken en gezocht naar integrale oplossingen tussen ziekenhuis en eerstelijn, legt Michel uit.
Een half jaar geleden was het nog ondenkbaar dat bepaalde zaken anders georganiseerd zouden worden in de geboortezorg, zegt Michel. “De verloskundige wil het gehele proces met een cliënt doorlopen, tot en met de bevalling. Dat is een mooi streven, maar met een geboortegolf op komst en druk op de belastbaarheid van verloskundigen, gecombineerd met een hoge uitstroom, is dat wellicht niet haalbaar. Daar moeten we ons op voorbereiden en aan de slag gaan met die integrale oplossingen.”
Verandering in infrastructuur en financiele ontwikkelingen
De geboortezorg is continue in verandering, ontwikkelingen volgen elkaar op de voet zowel medisch inhoudelijk als qua logistiek. Waar pijnstilling twintig jaar geleden niet werd toegepast, kan dat nu laagdrempelig op verzoek, vertelt Michel. “Dat vraagt ook iets van de infrastructuur van het betrokken ziekenhuis.”
Qua financiële infrastructuur wordt binnen een igo ervoor gezorgd dat de betaling van een declaratie bij de juiste zorgpartij belandt. Op die manier kan worden geschoven met medische handelingen tussen betrokken zorgverleners en daarmee met kosten en wordt innovatie bevorderd.
“De gedachte achter de igo was om het geld op de juiste plek te laten landen. In de kostenontwikkeling zie je dat in het geval van Geboortehart het ziekenhuisaandeel substantieel naar beneden is gegaan met maar liefst 12 procent. Het percentage eerstelijns verloskundige zorg is wel iets harder gestegen en dat is een mooie ontwikkeling. Als het ziekenhuisaandeel met 12 procent daalt en de stijging bij de eerstelijns is 3 procent, dan is er een substantieel bedrag bespaard aan zorgkosten.”
Toch gaat het uiteindelijk om de dekking van de kosten. De kosten van de eerstelijns verloskundige zorg stegen harder dan de vergoeding, doordat niet al dat extra werk beloond kon worden. “Dan kom je op het punt dat de zorgverlener zegt: het is mooi geweest, we willen hiervoor gecompenseerd worden. We moeten dus een middenweg vinden. Sommige zorgverleners denken hierover mee.”
In de praktijk verschilt het per verzekeraar hoe bovenstaande balans uitkomt en daarmee ook het enthousiasme voor het igo model bij de verschillende zorgverzekeraars. Na vijf jaar experimenteren met het igo model, noemt het RIVM de onduidelijkheid over de toekomst van de integrale bekostiging een reden waardoor de groei van het aantal igo’s achterblijft.
Vooruitblik vanuit ervaring
Michel hoopt dat er dit jaar stappen worden gezet om goede zorg te kunnen blijven verlenen en knelpunten op te lossen. “Ik zie graag tevreden zorgverleners die loon naar werken krijgen, goede zorg kunnen verlenen en dat er gekeken wordt naar het capaciteitsvraagstuk. Er zijn steeds meer zorgverleners die geloven dat het anders kan.”
Judith hoopt vooral dat de sector vooruitstrevend blijft. “De gecombineerde diensten zouden een uitkomst kunnen zijn. En ik hoop op een pilot met een zomerrooster, om op die manier de zomerdrukte aan te kunnen vliegen. Daar hebben verloskundigen nu in januari al stress over. In de zomer kan niemand ziek zijn, dan is er een probleem door gebrek aan capaciteit.”
Benieuwd hoe Michel jouw organisatie kan helpen?
Neem contact op met Michel voor een kop koffie en een goed gesprek.