Onze verhalen

Bloedstollende strategie: samenwerken

 

Het aantal patiënten dat onder de zorg van trombosediensten valt, loopt terug. Deze trend zal zich de komende jaren voortzetten. Dit heeft grote gevolgen voor de -organisatie van- trombosediensten. In veel gevallen is de dalende trend van patiëntaantallen al zichtbaar in de exploitatie. Voorspellingen van 40% minder patiënten lijken daarbij realistisch. De Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT) bracht in januari 2017 het rapport ‘Antistollingszorg verandert, trombosediensten in beweging’ uit waarin zij deze trend signaleren en oproepen tot het vormen van regionale samenwerkingsverbanden1. Inmiddels is een aantal trombosediensten zich aan het oriënteren op mogelijkheden tot het vormen van regionale samenwerking.

Bureau Helder adviseert deze trombosediensten bij het vormen en uitvoeren van een strategie die inspeelt op de nieuwe ontwikkelingen.

Samenwerken als antwoord op de landelijke ontwikkelingen

De trombosediensten hebben veel expertise in huis om patiënten goed te begeleiden. Als gebruiker van antistollingsmiddelen loopt een patiënt de nodige risico’s in zijn/haar behandeling, zeker bij een eventuele ziekenhuisopname of wanneer de patiënt weinig therapietrouw is. Bij medicatiefouten wordt het aandeel met antistollingsmiddelen geschat op 50%. Het is van belang de kennis en kunde van de diensten zodanig te organiseren dat deze behouden blijven. Er liggen vooral kansen in de frontoffice en in een gezamenlijke inkoop. Advies over dosering kan 24/7 worden gegeven, onafhankelijk van welk geneesmiddel de patiënt gebruikt. Het aantal doseerartsen en –adviseurs dient op het (opgetelde) patiëntenaandeel te worden afgestemd. Ook ziekenhuizen kunnen een dergelijke ‘hulplijn’ bellen bij het overbruggen van patiënten die bij hen onder behandeling zijn of komen. Randvoorwaarde is dat de adviesdienst goed bereikbaar is en informatiesystemen hierin ondersteunen. Daarnaast kan expertise op het gebied van trainingen worden gebundeld en al dan niet in combinatie met e-learning breder, en wellicht vaker worden aangeboden. Tot slot liggen er kansen in het verhogen van het aandeel patiënten dat zelfmanagement toepast (zelfmeten én doseren). Dit is een ontwikkeling die past in een landelijke trend waarbij patiënten meer de eigen regie pakken in hun behandeling.

Wat vinden zorgverzekeraars

Menzis geeft in haar zorginkoopbeleid 2019 duidelijk aan dat de trombosezorg niet meer van deze tijd is, en spreekt liever van antistollingszorg. Dit kan als een prikkel worden opgevat om de kennis en ervaring te bundelen in bijvoorbeeld expertisecentra. Menzis wil eerstelijnsdiagnostiek en antistollingszorg in 2019 beter organiseren door het aantal zorgaanbieders te beperken en te komen tot betere kwaliteit van zorg. Ook VGZ expliciteert voor 2019 wat zij willen bereiken met de inkoop van trombosezorg2. Zij spreekt zich nadrukkelijker dan Menzis uit dat samenwerking op grotere schaal noodzakelijk is. Het behoud van expertise is belangrijk, maar dan zodanig dat het nieuwe landschap toekomstbestendig en doelmatig is.

Meer informatie? Neem contact op met Ageet Wahle (ageeth.wahle@bureauhelder.nl) of Rik Riemens (rik.riemens@bureauhelder.nl )

1 FNT, Antistollingszorg verandert, trombosediensten in beweging, januari 2017 (www.fnt.nl)

2 Inkoopbeleid Diagnostiek en trombosezorg 2019